Thailand, het land van de eeuwige glimlach.
Herfst 2010, daar zitten we dan. Dochterlief heeft met haar vriend en hun dochtertje een reis naar Thailand geboekt en en passent gevraagd of we mee willen. Mijn vrouw, die voor het laatst gevlogen had toen ze 18 was, moest er het langst over nadenken, maar pas nadat we ook nog eens waren uitgenodigd om te getuigen bij hun huwelijk in het verre oosterse land, toch nog met enige gereserveerdheid toegegeven.
Stiekem had ik al op het internet gekeken waar ze hadden geboekt. Tubkaak in Krabi, had ik nooit van gehoord.
In antwoord op mijn mail naar dit resort, werd me meegedeeld dat er vanaf de kant alleen maar kleine visjes te vangen waren. Maar er kan voor de gasten geregeld worden dat je voor een omgerekend bedrag van €23,00 p.p. met minimaal 2 personen in een longtailboat mee kan om op een inlandse manier met handlijnen te vissen. Vistijd 3 uur en in overleg langer met bijbetaling.
Als (zee-vissende) roofvisser word je van zo’n bericht niet erg vrolijk, maar met mijn eigenwijze instelling had ik toch maar 4 spinhengeltjes meegenomen in de hengelkoker die ik van mijn goede vriend Jaak mocht lenen.
Daar vertrokken we dan op 23 november vanaf Schiphol naar Bangkok. 12 uur vliegen en dan overstappen op een binnenlandse vlucht naar Krabi. Om 19.00 uur stapten we in het busje dat het resort naar het vliegveld in Krabi had gestuurd. We hadden lang moeten wachten want de hengelkoker zat niet bij de bagage die opgepikt kon worden via de lopende band. Gelukkig kon men met handen en voeten toch nog aangeven, dat de koker waarschijnlijk afgehaald moest worden bij de exceptionele bagage.
In een donker, 28 graden warm Thailand, werden we rond 20.00 uur heel hartelijk welkom geheten (bij mannen: “sawasdee khap en bij de dames sawasdee kaa) en rondgeleid in het Tubkaak resort.
Wat ons opviel was de enorme luxe. Een soort filmsterren- zwembad, dat omringd werd door houten vakantiehuisjes, gebouwd in een plaatselijke stijl. Dit alles gelardeerd met de mooiste inheemse tropische plantengroei.
Toen we het pad afliepen richting restaurant, waar we tot 24.00 uur konden gaan eten, viel onze mond helemaal open.
Het eetgedeelte van het restaurant was op houten vlonders gebouwd rond enkele waterpartijen waarin het een mêlee was van allerlei soorten vissen, hoofdzakelijk middelgrote koi-karpers.
Meteen achter de vijvers, begon het strand. Je kon er ook voor kiezen om de maaltijd op het strand te nuttigen. Enkele gasten hadden daarvoor gekozen, het was een sprookjesachtig tafereel!
Het eten was ook nog eens van een uitzonderlijke kwaliteit en het personeel deed alles om het de gast naar de zin te maken. Je kon kiezen uit allerlei gerechten in- en uitheemse. Je kon daarbij ook nog eens aangeven hoe pittig het mocht zijn.
De Eerste dag op Krabi
Toen ik de volgende dag rond 05.30 uur opstond, tuigde ik snel een spinhengel op en met een doosje lepeltjes repte ik snel naar het strand.
Weer viel mijn mond open voor de enorme schoonheid die ik mocht aanschouwen.
Het water was een heel eind teruggetrokken, waardoor je kon zien dat het een heel ondiep kustgedeelte was.
Aan de horizon zag ik enkele steil uit de zee oprijzende eilanden.
Natuurlijk loop je als visser dan vol verwachting naar de waterlijn. Op mijn blote voeten stapte ik het water in, wat een heerlijke temperatuur. Volgens de brochures blijft het zeewater daar het gehele jaar door rond de 30 graden Celcius.

Niet ver van de kant zag ik kringetjes van kleine vis. Daar moeten zich, volgens de aloude sportvisserswetten, ook de rovers zich ophouden!
Mijn eerste worp met een 15 grams lepeltje zorgde al voor een hanger op ruim 30 meter uit de kant. Het was er erg ondiep en het aas moest dus hoog in het water worden gevist.
Vlug een nieuw stuk 40/00 fluorocarbon lijn aan de 10/00 dyneemalijn geknoopt. Een nog lichter lepeltje zorgde voor spectaculaire uiteenspattende waaiers van kleine vis. Leuk om te zien, maar liever heb ik toch een keiharde ram op de top en een hard vechtende vis aan de andere kant van de lijn!
Weer kwam ik even later vast te zitten en weer was ik alles kwijt. Pas toen ik mijn teen open stootte aan iets hards, begreep ik waar de problemen door werden veroorzaakt. Vlak bij de laag- laagwaterlijn lagen grote groepen koraal en ook vulkanische steen partijen, op nog geen halve meter water.
Het was dus een moeilijke visserij en ik begreep meteen waarom men mij hiervoor had gewaarschuwd.
Er gingen enkele dagen voorbij met moedige hengelpogingen mijnerzijds aan het zoute water. Het resultaat: één valsgehaakte babygrouper die ik uit een azend schooltje vreemde, aan de oppervlakte zwemmende vissen wist te plukken.

Phi Phi eilanden.
Dochterlief wilde met haar inmiddels kersverse echtgenoot het vermaarde de Phi Phi eilanden bezoeken. Ook wij waren daar bij uitgenodigd, samen met de kleine meid. Uiteraard had ik 2 stevige (je weet maar nooit!) visklare spinhengels meegenomen met lepeltjes, jigkoppen, twisters en shads.

Kersvers echtpaar met kind
De Phi Phi eilanden bestaan uit 6 bij mekaar liggende eilanden. De belangrijkste zijn Phi Phi Leh, bekend van de tsunami beelden in 2004 en Phi Phi Don, waar de bekende film “The Beach” is opgenomen met sterspeler Leonardo di Caprio.
In Ao Nang vertrokken we met een 9 meter lange speedboot, waarachter 2x 125 pk. 4takt Yamaha buitenboordmotoren hingen.
Het werd een 3 kwartier durende woeste vaartocht, waarbij onze botten het hard te verduren kregen door de klappen die de boot moest opvangen bij het nemen van de golven.
Eerst werd aangelegd op “The Beach” waar we onze ogen in het binnenland uitkeken op de schoonheid van de natuur. We moesten 200 Bath p.p. betalen om aan te leggen. Het geld wordt besteed om het strand en de natuur in stand te houden? Als je had gezien hoeveel toeristen er dagelijks komen, wordt er waarschijnlijk ook een tweede koninklijk paleis bijgebouwd en wel geheel van goud!
Na een dik uur werd er weer vertrokken voor een bezoek aan Monkey Bay. Daar konden we de innerlijke mens bijvullen, vloeibaar en vast en ook inkopen doen in de vele kraampjes op de boulevard die parallel langs het strand liep.
Daarna: snorkelduiken en NEE…. Ik mocht er niet vissen vanwege de vele snorkelaars. Op de bewuste plek werden enkele sneeën brood in het water gegooid en honderden vissen in de prachtigste vormen en kleuren vochten er in een mum van tijd om een kruimeltje brood.
Jeuk- jeuk- jeuk- kent u dat gevoel in uw handen? Zeker toen er donkerkleurige vissen onder de school kleinere verschenen van naar schatting zeker een halve meter lang en zelfs nog grotere!
Even later een tegemoetkoming van de schipper. “We zullen naar een rustigere snorkelplaats gaan, waar je wel kunt vissen.”
Er lagen 2 houten vissersboten net buiten de ingang naar Monkey Bay, met dwarsmasten waaraan een aantal grote lampen waren bevestigd. Na een aantal keren te hebben geroepen, verscheen er een slaperig figuur aan dek en na wat Thais gebrabbel kreeg onze schipper een plastic zak gevuld met kleine pijlinktvisjes. Dit is in Thailand het beste aas, volgens onze gids.
10 minuten verder, langs een steile rots werd het anker uitgegooid. Ook hier weer veel gekrioel in het water, nadat de sneeën in het water vielen.
Toen ik mijn aasdoosje te voorschijn haalde vertrokken de gezichten van de schipper en zijn deckhand in een zielige grijns. “We don’t fish with that in Thailand!”
Inderdaad, daar was ik niet op voorbereid, maar met de lichte loodkopjes, met daarop een stukje inktvis, moest het toch wel lukken?
Mis, alweer mis voor de zoveelste keer! Flinke rukken gaven steeds aan dat de visjes wel waren geïnteresseerd, maar hun waffeltjes waren te klein om de haak te omvatten.
Weer werd het anker opgehaald. Deze keer wist de schipper een plek bij een eiland, vlak bij de thuishaven. Daar zouden we zeker wat kunnen vangen!
Het moet worden gezegd, hij deed speciaal voor mij extra zijn best.
Het loodkopje met een stuk inktvis op de haak sleepte over de grond, het scheepsanker bleef krabben. Soms als deze een beetje houvast scheen te hebben, kreeg ik meteen beet. Maar jammer genoeg kwam er geen vis in de boot.
Er kwam een groot yacht langs met outriggers. De gasten schreeuwden dat ze 3 baracuda’s hadden gevangen. Het bleken visjes te zijn van naar schatting rond de 70 centimeters.
Na een half uurtje tobben was ik het zat, ik wilde geen sta in de weg zijn voor de anderen, die me toch wel heel erg graag een visje gunden!
Ik tuigde beide hengels af en gaf een teken dat we er maar mee moesten kappen.
Met een spijtig gezicht werd het anker opgehaald, men was bang dat de klant niet tevreden zou zijn en dat is zeker in Thailand “not done!”
Terwijl ik mijn kunstaasdoos in de tas stopte, werden de motoren gestart, maar nauwelijks in de versnelling schreeuwde de schipper: “fish, fish”, wijzend op een kokend gespetter in het wateroppervlak, 50 meter verder aan stuurboord. Ik gebaarde wild dat hij er naar toe moest, ondertussen in moordtempo de hengel weer visklaar makend.
Snel een lepeltje in de speld en woesj…. Met een sierlijke zwaai valt mijn kunstaasje midden in de school jagende vis.
In de luttele seconden tussen het openklappen van de beugel, het uithalen van de hengel, het loslaten van de snoer tijdens de worp het dichtklappen van de beugel en de eerste draaien aan de slinger, gaan mijn gedachten in een flits naar Noorwegen, waar we deze taferelen bijna dagelijks mogen aanschouwen, maar dan gaat het hoofdzakelijk om jagende koolvis of makreel. Maar hier in deze tropische wateren, welke vissen zouden hier achter de kleintjes aanzitten? Koortsachtig passeren er voor mijn geestesoog tonijnen, bonito’s, baracuda’s,……….RAM…. BEET! De hengeltop buigt flink door, maar eigenlijk niet zo diep als ik had gehoopt.
Na een kort gevecht til ik een hevig spartelende vis aan boord die veel weg heeft van… ja ahum een horsmakreel van rond de 40 cm! Alleen zitten er minder grote kielschubben op de staartwortel.
De deckhand werd hysterisch, en grist de andere hengel van de bank, waar eigenlijk net mijn kersverse schoonzoon mee aan de gang wil.
Ondertussen was de school al weer een stuk verder aan het jagen. Snel werd koers gezet naar het spektakel en meteen nadat mijn lepeltje in het schuim belandt, wordt mijn hengel wederom kromgetrokken door een hongerige vis. De deckhand heeft het niet meer en graait in mijn kunstaasdoos tussen mijn lepeltjes. “Ai ai, we don’t have such sharpen hooks in Thailand!!!”
Achteloos onthaak ik de tweede vis, die met graagte door de schipper wordt geaccepteerd, evenals de eerste. In Thailand wordt vis gevangen voor de pot!

Terwijl ik voor de derde keer richting school gooi, suist er nog een aasje richting jachtgebied. De reserveschipper was eindelijk ook aan de gang. BENG… beiden kregen we een flinke por aan de hengel en slaan ook gelijktijdig aan. Als een bezetene draait het joch aan de molen, de hengel staat goed krom. Ik kon alleen maar slappe lijn opspoelen, ik had al gezien dat hij mijn lijn had gehaakt. Teleurstelling bij de jonge Thaise gast, die dacht de vis van zijn leven aan de lijn te hebben. Minuten gingen voorbij van ontwarren en uitleggen dat hij geduld moest hebben.
Toen alles weer op oorlogssterkte klaar was, waren de jagende vissen verdwenen. We hebben nog 5 minuten rondgevaren, maar er was geen leven meer te bekennen aan het oppervlak.
Ondertussen begon te regenen en snel maakten we dat we aan de kant kwamen. Boven de bergen weerlichtte het hevig en het Koninklijke paleis dat tegen een berg was gebouwd was niet meer te zien.
De schipper zelf was zeer verguld met de 2 vissen die hij binnen familiaire sfeer zou gaan gebruiken.
Onder een zeil gezeten van een open laadbak van een klein Fordje, werden we weer naar het resort gebracht. Met de typische Thaise glimlach werd door de schipper het bedrag voor deze trip ontvangen en even later, na een verkwikkende douche hebben we in het restaurant een typische Thaise visschotel genuttigd, very spicy!
Één keer heb ik nog aan het strand gestaan, met als aas de stinkende inktvis die ik had overgehouden aan het bootvisavontuur van gisteren. Het resort had iemand naar de 35 km verder gelegen stad Krabi gestuurd, om speciaal voor mij kleine haakjes en losse loodjes te kopen.
Natuurlijk had ik toen het tij niet mee (sportvissers excuus) en heb ik toch nog een vreemde platte vis gevangen, die wat weg heeft van onze kolblei. Alleen had deze vis erg grote schubben, een nog groter oog en een stekel op de rug, die mij een pijnlijke herinnering bezorgde aan mijn laatste strand-vis-sessie in de Andaman zee.
Ook deze vis werd weer met grote dank afgenomen door een werpnetvisser, met ook weer dezelfde Thaise glimlach, buigend met de handen tegen elkaar: “Kop koon!!!”
Twee dagen later landde ons vliegtuig op het inmiddels wit besneeuwde Hollandse Schiphol, waar de temperatuur 40 graden lager was dan 12 uur geleden!

Peter Gerits


