Noorwegen zoals het begon

Gebruikersbeoordeling:  / 0
SlechtGoed 

 

Dit artikeltje werd al eens gepubliceerd op de website van www.eurovissers.nl

Vissen met lichte materialen in de Noorse fjorden.

 

Begin december 2003, de overtocht van Kiel naar Oslo is alweer geboekt. Via internet konden we al kennis maken met de nieuwe prijzen voor 2004 bij de Noorse rederij Colorline.

Direct na de bevestiging voor deze overtocht, kon Bert de 2x vier- persoons appartementen plus de bijbehorende bootjes bespreken. Bert is in de 10 jaren dat hij het Noorse dorpje Lauvsnes voor een visvakantie bezoekt, bevriend geraakt met Pål, de eigenaar van het vakantiecomplex. De houten vakantiewoningen liggen pal aan het water, daar waar twee brede fjordstromen, zo´n tien kilometer uit de kust bij elkaar komen.
Ook de 2 persoons huurbootjes liggen aan de steiger direct bij de appartementen, zodat we meteen in de boten kunnen stappen.
De hengelspullen e.d. kunnen in de boot blijven, want geen Noor zal het in zijn hoofd halen om zelfs maar één haakje weg te halen, daar zijn ze veel te eerlijk voor!

 

Zeeviscommissie.

In onze Weerter hengelsportvereniging St. Petrus, zijn zo´n dikke vijftigtal mensen lid van de z.g. commissie zeevissen, waarbij in ploegjes van 4 tot 8 personen, hoofdzakelijk Denemarken en Noorwegen wordt bezocht voor de sportvisserij in het zoute water. Ons ploegje bestaat uit zes tot acht personen en voor mij wordt het in 2004, de vierde keer dat ik mee reis naar Lauvsnes.
Afgelopen jaar heb ik deze vakantie jammerlijk moeten missen en dat hoop ik dus nooit meer mee te maken.
Het dorpje Lauvsnes ligt hemelsbreed ± 70 km ten westen van de stad Namsos en 250 km ten noorden van de grote havenstad Trondheim, in de provincie Nord Trøndelag.
Alleen al de reis vanaf Oslo naar de vakantiebestemming is adembenemend. De autowegen waarop je maar maximaal 90 km per uur mag rijden, voeren je door een sprookjesachtige omgeving die plotseling kan veranderen van lieflijke groene dalen langs vriendelijk stromende rivieren, naar woest rotsachtig trollenland, met eindeloze naaldwouden waarvan de bodem bedekt is met rendiermos. Reis je ´s avonds of ´s nachts, is de kans groot dat je elanden tegenkomt, die zomaar voor je auto op de rijbaan kunnen verschijnen.

Dat verklaart dan ook waarom de maximumsnelheid zo laag is! En als je de vrachtauto´s bekijkt, zijn de meeste uitgerust met een stalen traliewerk voor hun motorkap, om de motor maar enigszins te beschermen tegen dit soort hert, waarvan de stier wel 800 kilogram zwaar kan worden.

 

Materialen.

In het jaar 2000 kwam ik er voor het eerst. Het was begin juli en de temperatuur was erg aangenaam voor Noorse begrippen. Het is een vreemde gewaarwording als het ´s nachts niet donker wordt. Je kunt rond de z.g. zonnewende de klok rond doorvissen. De zon blijft ´s nachts net boven de horizon hangen, zodat het dan maar net een heel klein beetje schemert. Heerlijk, geen besef meer van tijd, maar erg vermoeiend want je hebt je rust toch nodig!

 

De eerste dag dat we uitvoeren, werd er op stekken gepilkerd met een pilker van om en nabij de 300 gram. De diepte variërend tussen de 30 en 70 meter.
Boven deze pilker hadden we een 2 à 3 haaks paternoster gemonteerd, waarbij op de 7.0 haken de bekende octopussen en gummi maks waren geschoven.
Als hengel een 20 of 30 lbs trollingstok van ongeveer 2 meter, waarop een stevige reel zat, volgespoeld met dyneema of dacron.

 

Hengelen als in zoetwater.

We vingen hoofdzakelijk wat gullen en pollakken van ± 4 kilo, met uitschieters naar boven en beneden. Geregeld hing de paternoster vol met kleinere koolvis, die overal massaal aanwezig was. Via de dieptemeter zochten we onderwaterheuvels op en lieten ons met de wind bergaf driften.
Je snapt natuurlijk wel dat als je deze visserij uitoefent, je arm na 3 dagen zowat uit de kom is gepilkerd en zeker bij een onwennige landrot als ik, die alleen het zoete water gewend is, met af en toe wat strandvisserij en, in de goede tijd, de kleine bootvisserij op het Grevelingenmeer. Overigens heeft de fjordvisserij wel enige overeenkomsten, qua water en boot, met de Grevelingenmeer visserij. Het enige verschil is de zeer variabele diepte in de fjorden (tot meer dan 200 meter diep) en in het fjord wordt alleen maar driftend gevist.

 

In dat jaar maakten we kennis met Steef Meijers, toenmalig hoofdredacteur van sportvismagazine Dé Roofvis, die samen met Jeroen Schoondergang en Peter van Veenendaal uitgenodigd was door reisorganisatie Din Tur, om een artikel te schrijven voor het betreffend blad. De heren hadden het vooral gemunt op de pollakken, die ze belaagden met diverse lichte materialen, waaronder de vliegenhengel. Na een avondje borrelen werd ik uitgenodigd om de volgende dag samen met hen mee uit te varen.

 

De ochtend daarop kwamen ze me ophalen, en mocht ik bij Peter plaats nemen in de boot. Mijn 20 tot 40 grams hengel werd "te zwaar" bevonden zodat Peter mij een 15 grams stokje in mijn hand duwde, met aan het eind van de lijn een Magnum countdown plug van Rapala. Peter zelf sleepte met een konijnenbont streamer van ongeveer 7 cm geknoopt aan een zinkende vliegenlijn en een vliegenhengel met een aftma 9. We sleepten langs de randen van tangvelden, die enkele meters onder water lagen.
Bij de eerste beet werd mijn hengel bijna uit mijn hand getrokken. Een fel vechtende vis aan de andere kant van de lijn moest uit de tangbladeren worden gehouden. Helaas lukte mij dat niet en kwam deze vis los. Bijna gelijktijdig had Peter een grote vis aan de haak, die de soepele vliegenhengel als een hoepel deed krommen. Na een minuten durend gevecht, verscheen een prachtige pollak aan de oppervlakte van naar schatting 80 cm.
De vis werd terug gezet en niet gemeten, maar naarmate de dag vorderde begreep ik ook dat het nutteloos was om iedere vis te meten. Eenmaal in de targetzone beland, was het n.l. iedere keer prijs en scheurden de jagende pollakken meters lijn van onze reel en molen. De belofte die Steef mij deed (mijn eerste pollak op een vlieg) kwam na tien minuten vissen met de vliegenhengel van Peet al uit. Toen we laat in de middag weer bij de vakantiehuisjes aanlegden, had ik pijn in mijn armen en schouders van het drillen van pollakken, waaronder vissen van ruim 90 cm! Dit was een dag die in mijn gedachte staat gegrift met een vergulde rand!

 

Helaas hadden wij geen pluggen bij ons en in de plaatselijke Sparwinkel waren ze ook niet verkrijgbaar. Wel kocht ik er pilkertjes met gewichten tussen de 40 en 60 gram, maar in Noorwegen betaal je daarvoor de hoofdprijs. Met deze pilkertjes vingen we met onze 60 grams spinhengels, tot op een diepte van 25 meter prachtige gullen en pollakken. Een fantastische sport, maar voor de afwisseling visten we natuurlijk ook nog met de 20 lbs hengels op diepten van meer dan 50 meter. Daar vingen we de lengen en lommen.

 

De overige jaren.

Het jaar daarop waren we beter voorbereid! In dat jaar ging mijn roofvismaat Ron mee, zodat we vrijelijk konden experimenteren.
Hele assortimenten pluggen hadden we meegenomen en we hadden een bevriende industrieel met een eigen metaal- freesbedrijf bereid bevonden, om uit aluminium blokken malletjes te frezen, als gietvorm voor pilkertjes van 60 en 80 gram. We hadden ze in kleuren gespoten die door de vissen daar het liefste worden geattaqueerd. Het vorige jaar had Peter van Veenendaal n.l. uitgevogeld dat de Noorse zeevissen het liefst oranje- en roodkleurig kunstaas aanvielen. Waarschijnlijk komt dit door de schutkleur die de aasvisjes in de Roestbruin – rode tangvelden hebben.

We vingen ons letterlijk klem aan de pluggen en lichte pilkertjes. De andere gasten in het vakantiecentrum stonden iedere keer weer met open mond toe te kijken als wij met onze buit binnen kwamen gevaren. Niet dat we alle gevangen vissen meenamen, maar de mooiste fileerden we in het botenhuis en deze werden ingevroren om vrouw en dochters thuis ook culinair mee te laten genieten.

Na het late eten, gingen we dan ook nog eens met de bootjes wat dieper het fjord in, om met stukjes makreel op grote wijtingen en schelvis te vissen. Ook dat is een geweldig mooie sport, temeer omdat we dat met 20 en 40 grams spinhengels deden. De meeste wijtingen waren dik 40 cm groot en de schelvissen deden daar nog eens een schepje bovenop. Als je dan 2 of 3 van deze wildebrassen omhoog moest halen, had je de handen echt wel vol!

 

De diverse vissoorten die we op zo´n vakantie vangen zijn: kabeljauw, koolvis, pollak, roodbaars, makreel, zeeduivel, leng, lom, schar, schol, wijting, schelvis, zeewolf, heilbot, haring en soms ook nog lipvis. Een van onze leden heeft er zelfs vanaf de botensteiger een heuse zalm gevangen! Ook zwemmen er zeeforellen, maar het is ons tot nu toe niet gelukt om er een te vangen.

Je begrijpt wel dat deze jaarlijkse trip voor ons één groot feest is en eenmaal weer terug thuis, begint het direct alweer te jeuken en zijn we weer volop bezig met de planning voor het volgende jaar. In de tussentijd kunnen we in ons clublokaal iedere zondagochtend weer genieten van de video´s die ieder clubje van hun vakantie heeft gemaakt.

We moeten nog een half jaartje wachten, maar mijn hengelspulletjes staan al klaar en ook de pas gegoten pilkertjes liggen klaar om gespoten te worden!

 

Peter Gerits

 
 
 
 
 

Copyright 2011 DuFish | Webdesign by Probit ICT - dienstverlening